kleopaslogo

Pasen

Pasen

Pasen is het feest waarop wij gedenken dat Jezus Christus is opgestaan uit de dood.

Het woord hangt samen met het woord 'Pascha', dat in het Oude Testament gebruikt wordt om een joods feest aan te duiden. Het woord houdt verband met het werkwoord 'voorbijgaan'.

De Farao van Egypte liet de Israëlieten pas gaan nadat een engel het oudste kind van elk gezin van zijn volk had gedood. Huizen waarvan op de deurposten het bloed van lammeren was gesmeerd, was de engel 'voorbijgegaan'. Voortaan werd ieder jaar het Paschafeest gevierd als herdenking van de bevrijding uit de slavernij.

Met de komst van Jezus krijgt het Pascha een nieuwe betekenis. Jezus is voor zijn volgelingen hét Paaslam, het 'Lam voor ons geslacht'. Dat wordt herdacht op Goede Vrijdag. De offers die in de tijd vóór Jezus in de tempel werden gebracht, waren een heenwijzing naar zijn zelfopoffering aan het kruis.

Jezus Christus gaf zijn leven voor mensen, maar stierf niet als een dode held. Op de derde dag stond Hij op uit de dood en overwon daarmee dood en satan.

Dat vieren wij in het bijzonder met Pasen, maar feitelijk ook op elke eerste dag van de week, de zondag,  als wij samenkomen.

pasenMetUitleg

Het Paasfeest wordt in 2008 op 23 maart gevierd. De periode hieraan voorafgaande wordt de Veertigdagentijd genoemd; deze loopt in 2008 van 6 februari  tot en met 22 maart. Als u goed telt zijn dit 46 dagen. Waarom dan Veertigdagentijd? Dit komt, omdat de 6 zondagen die in deze periode vallen, niet als vastendag gerekend worden en derhalve niet meegeteld worden.

Een groot feest kan pas dan echt gevierd worden als er een intensieve voorbereiding aan vooraf is gegaan. De periode van de Veertigdagentijd is van oudsher een tijd van inkeer, bezinning en gebed ter voorbereiding op Pasen.

De veertigdagentijd is in de protestantse kerken een periode van bezinning en sober leven. In de veertigdagentijd herdenken we het lijden en sterven van Jezus Christus. En de manier waarop hij leefde, met oog voor Zijn naasten: de armen, zieken, zwakken en verdrukten. Veel christenen leven daarom in de veertigdagentijd sober en eten bijvoorbeeld geen vlees, gebak of snoep of gebruiken geen alcohol. Wat ze zo over houden, delen ze met anderen.