kleopaslogo

Pasen (40 dagentijd)

Christelijke feestdagen

Pasen (40 dagentijd)

 

Het katholieke vasten heeft zijn wortels in het jodendom. Het jodendom kent slechts één voor iedereen geldende vastendag: de Grote Verzoendag. Daarnaast ontstond een traditie om tweemaal per week te vasten, op maandag en op donderdag.

Dit gebruik om op twee dagen te vasten wordt overgenomen door de vroege kerk. Om afstand te nemen van het jodendom wordt gekozen voor de woensdag en de vrijdag ter herinnering aan de gevangenneming en de kruisiging van Jezus. De vrijdag is voor veel katholieken nog steeds de dag waarop geen vlees wordt gegeten, maar vis.

Veertigdagentijd

Al vrij snel in de ontwikkeling van het christendom wordt ook gevast ter voorbereiding op Pasen. In eerste instantie ging het alleen om de goede week. Aan het eind van de derde eeuw ontstaat de periode van veertig dagen. Het getal veertig verwijst aan de ene kant naar de veertig jaren dat het joodse volk door de woestijn trok richting het beloofde land (Exodus). Aan de ander kant verwijst het naar Jezus, die in de woestijn veertig dagen gevast heeft (Mat. 4:1-11). Wie goed in de agenda kijkt en de dagen telt van Aswoensdag tot en met paaszaterdag, komt op 46 dagen. Dit heeft te maken met de rol van de zondagen. Iedere zondag is een Pasen in het klein. Op iedere zondag wordt de opstanding van Jezus gevierd. De zondagen breken dus als het ware het vasten. Op zondag mag al een beetje feest gevierd worden. Er hoeft dan niet gevast te worden. In die zin krijgen we op zondag als het ware letterlijk een voorproefje op Pasen.

doortochtmetuitleg

Regels

In het vroege christendom wordt gevast tot het negende uur (gerekend vanaf zonsopgang om 6.00 uur). Het negende uur is het uur van de kruisdood van Jezus. Tot dit uur werd er helemaal niet gegeten. Deze regel werd vervangen door een verbod van vlees en wijn gedurende de vastendagen. Vasten staat in de christelijke traditie naast het geven van aalmoezen en gebed. Het geven van aalmoezen heeft te maken met de naastenliefde. Al vroeg in de ontwikkeling van het christendom wordt het vasten gekoppeld aan de naastenliefde. De naastenliefde staat boven het vasten. Het vasten moet afgebroken worden als het zou afhouden van naastenliefde. De oude woestijnvaders (de voorlopers van de monniken) geven al het advies om alleen brood en water te gebruiken op een vastendag. Het uitgespaarde geldt kan geschonken worden aan de armen.

De koppeling van vasten en bidden heeft te maken met bidden met lichaam en ziel. Door te vasten, ervaart men dat het bidden niet alleen een zaak van het hoofd is. Het heeft te maken met het hele wezen van de mens die bidt.