kleopaslogo

Kerst (Advent: ontstaansgeschiedenis)

Christelijke feestdagen

Kerst (Advent: ontstaansgeschiedenis)

(Verdiepingsstof)

Advent vierde men al in een heel vroege periode. Waarschijnlijk ontstond het gebruik in de vierde eeuw na Christus in de Oosterse kerk. In die tijd speelde het zogenaamde mysterie van de menswording (de 'epiphaneia') van Christus een belangrijke rol. De kerk hield zich toen bezig met de vraag hoe het toch mogelijk was dat de Zoon van God als een 'gewoon' mens naar de wereld was gekomen. Dit thema van de menswording van Christus werd centraal gesteld in de Adventstijd, de periode voor Kerst.

De traditie van Advent verspreidde zich al snel westwaarts. In Gallie, het huidige Frankrijk, werd er verder vorm aan gegeven. In de vijfde eeuw maakte men in dit gebied de adventstijd tot een vastenperiode van zes weken. Die periode begon op 11 november, de feestdag van Sint Maarten. Dit was een bisschop die bekend stond om zijn liefdadigheid aan de armen en die door de kerk tot heilige was verklaard.

De periode van het vasten met Advent liep parallel aan het vasten voor Pasen. Net als met Pasen begon het vasten met een soort carnavalsdag (Sint Maarten), duurde veertig dagen en liep uit op de viering van een belangrijk christelijk feest. Tijdens de vastenperiode werden de gelovigen geacht vaak naar de kerk te gaan, veel goede werken te verrichten en op een sobere manier te leven.

In de kerkdiensten wijdde men vooral aandacht aan de vier gebeurtenissen die plaatsvonden voor de geboorte van Christus en die beschreven zijn in Lucas 1: - de boodschap aan Zacharias en aan Maria, - het bezoek van Maria aan Elisabeth, - de geboorte van Johannes de Doper en - de menswording van het Woord in Maria.

Pas in de zesde eeuw drong de traditie van Advent door tot de kerk van Rome. Eerst duurde die periode nog zes weken, maar door paus Gregorius de Grote (590-604) werd ze teruggebracht tot de huidige lengte van vier zondagen. Gregorius was ook degene die met Advent de gewone komst en ook de wederkomst van Christus in de eindtijd centraal stelde.

Door de macht van Rome werd geleidelijk aan een vierwekelijkse Advent in de kerk van Europa tot norm.

Binnen de kerk van de Reformatie wilde men aanvankelijk niets weten van Advent. Ook niet van het kerstfeest overigens. Een synodebijeenkomst in Dordrecht sprak over de beide 'Roomse' feesten in 1574 nog haar afkeuring uit. Op de verwerping van Kerst kwam men al snel terug (in 1578), maar van Advent was er binnen de reformatorische kerken pas vanaf de negentiende eeuw sprake.

Tegenwoordig wordt in praktisch alle kerken Advent gevierd. De periode geldt eigenlijk nergens meer als vastenperiode, maar staat eerder in het teken van de vreugdevolle verwachting van het kerstfeest en het hoopvol uitzien naar de komst van de Messias.