Interview: De pijn van het loslaten

Rustig of gestresst?

Richard: “In deze periode moeten we de ene beslissing na de andere nemen. We waren heel blij dat er in Amsterdam een huis voor ons is gevonden, maar meteen daarna moet je weer op zoek naar een school. Toch ervaar ik ook rust: het komt goed.”

Lieke: “We hebben nog geen school gevonden. Waarschijnlijk zal het een halfuurtje fietsen zijn.”

Channah: “Praktische zaken rond de verhuizing geven stress. In Amsterdam moeten we opnieuw iets opbouwen. De stap naar het nieuwe, daar voel ik me rustig onder.”

Afscheid nemen of kennismaken?

Simeon: “Ik neem liever afscheid, want dan ben ik bij de mensen die ik ken.”

Richard: “Toch leerde je in Amsterdam ook al direct veel nieuwe mensen kennen. Dus dat kun je gelukkig ook.”

Maartje:  “Afscheid nemen, daar word ik wel een beetje verdrietig door. Maar het is niet het ergste.”

Channah: “Ik vind het wel erg. Verschrikkelijk, heel moeilijk. Het loslaten van wat je hier hebt opgebouwd, zorgt voor verdriet. Wij moeten ons los worstelen. Tegelijk is dat ook mooi. Je beseft dan wat je hier hebt: de mensen, alles wat er is voor de kinderen, de mooie dingen die je hebt meegemaakt.”

Richard: “Dat herken ik. Voor ons allebei was echter vrij snel duidelijk dat de vraag uit Amsterdam niet naast ons neergelegd kon worden.”

Channah: “Daarnaast had ik snel door dat dit iets is wat bij Richard past. En dan ga je een heel proces in.”

Richard: “Ik denk terug aan onze kennismaking in Amsterdam. Dat ging allemaal heel goed, dus we reden daarna vrolijk terug naar Ede. Maar dan draai je de A30 op, en kom je steeds dichter bij al die mensen van wie je afscheid moet nemen. Je voelt dan hoe verdrietig dat is.”

Veranderen of alles bij het oude houden?

Lieke: “Veranderen. Amsterdam is wel een leuke plek. Beter dan een dorpje achteraf waar ze geen wifi hebben.”

Channah: “Eerst waren de kinderen verdrietig, daarna boos. Toen zei Lieke: Als we dan toch weggaan, is Amsterdam wel cool.”

Lieke: “Nee, ik zei leuk.”

Shoppen of ontspullen?

Lieke: “Ontspullen, dat kan mama niet.”

Richard: “Het zal wel moeten, want we gaan kleiner wonen. Aan bepaalde spullen ben je toch gehecht geraakt. Knutsels van de kinderen weggooien, dat vind ik moeilijk.”

Kröller-Müller of Van Gogh Museum?

Simeon: “Kröller-Müller, want dat is buiten. Ik ben er geweest met school. Beelden vind ik leuker dan schilderijen zoals De Aardappeleters.”

Richard: “We gaan zeker een keer naar het Van Gogh Museum.”

Koopgoot of Albert Cuyp?

Channah: “Albert Cuyp, al moet ik Amsterdam nog goed leren kennen. Ik heb niet zo veel met Rotterdam, behalve dat Richard er vandaan komt. Het is leuk om er even te zijn, maar ik zou er niet willen wonen.”

Plannen of bij de dag leven?

Channah, na een stilte: “Hoewel ik enorm kan genieten van de dingen die ik doe op een dag, ben ik toch vooral iemand die vooruit denkt.”

Richard: “Bij mij is het andersom. Ik moet uiteraard veel regelen en plannen maken, maar het is niet mijn natuurlijke gave. Ik kan erg in iets verzonken zijn.”

Twijfel of zekerheid?

Channah: “Ik ben een zoeker en twijfelaar. Richard is meer van de zekerheid, maar wel zoekend.”

Richard: “Tijdens mijn studie heb ik veel getwijfeld aan van alles en nog wat. Amsterdam is dan geen goede context, maar nu is dat anders. Ik denk aan Abraham. Hij is zeker van de aanwezigheid van God, maar er zitten allerlei breuken in zijn leven. Er zijn tijden dat hij niets van God hoort en dat hij dingen zelf moet uitvogelen. Zekerheid in God en Christus betekent niet dat je geen vragen meer hebt. Als mensen alles heel zeker weten, ben ik juist geneigd om vragen te gaan stellen.”

Terugblikken of vooruitkijken?

Richard: “Ik kijk liever vooruit. Dat heeft er ook mee te maken dat je er dan nog iets aan kunt doen. Ik ben al gauw bezig met het volgende project. Als je terugblikt, kun je alleen nog maar constateren: dat was het dan. Het moeilijkste van afscheid nemen is: als je iets lostrekt, doet het pijn. Maar ook als mensen bij een afscheid allerlei positieve dingen zeggen, heb ik de neiging om te denken: maar het was ook dit of dat.”

Channah: “Terugblikken past beter bij mij, maar juist dat maakt afscheid nemen moeilijk. Ik vind de toekomst enger. Ik weet wat ik heb en niet wat ik ervoor terugkrijg.”

Richard: “Toen ik bekendmaakte dat ik het beroep had aangenomen, zag ik vanaf de preekstoel de gezichten voor me van al die mensen met wie we mooie en verdrietige dingen hebben meegemaakt. Terugblikken is heel mooi, maar maakt je ook verdrietig.”

Afwachten of verwachten?

Richard: “Het afwachten zit sterk in mijn persoonlijkheid. Maar ik heb de afgelopen jaren duidelijk gemerkt: er gebeurt van alles, omdat God werkt in deze wereld. Dat moet ik leren herkennen, en dan wordt afwachten verwachten. In Amsterdam zal ik mijn weg moeten vinden, ik heb niet vooraf de antwoorden op problemen. Ik ben heel benieuwd wat er daar gaat gebeuren. In de Nieuwe Kerk bedachten een paar mensen Koffie en Sfeer. Je zet koffie en doet de deuren open. En dan verwachten.”

Geloven. Woestijnervaring of oase?

Richard: “In mijn grootste ervaring zit meer woestijn dan oase, maar dat is niet erg. In de NBV staat in Psalm 84 dat een dal van dorheid verandert in een oase. Dat vind ik een mooie omschrijving van wat ik meemaak. Na een paar dagen in de oase, kun je weer verder trekken.”

Channah: “Dat is het leven, denk ik. Het is een gebroken wereld. We hebben oases nodig om het vol te houden.”

Richard: “In de woestijn is God er wel bij, in de wolkkolom en de vuurkolom.”

Politieke en maatschappelijke thema’s in de preek. Schuwen of benoemen?

Richard: “Ik ben die meer gaan benoemen. Misschien nog niet genoeg.”

Channah: “Je moet juist in de kerk praten over de dingen die spelen in de wereld. Het geloof en het alledaagse leven moeten verweven zijn.”

Richard: “Benoemen is iets anders dan oplossen. Dan wordt het al snel moralistisch en speel je mensen uit elkaar. Ik zie bij mijzelf wel een verschuiving op dit punt. Hoe kun je christen zijn, terwijl het je niets kan schelen hoe het met de schepping gaat? Daar heb ik een inhaalbeweging moeten maken.”

De toekomst. Hoop of vrees?

Richard: “Altijd hoop. Ik ben geen optimist, helemaal niet zelfs. Maar als het christelijk geloof iets is, dan is het een geloof dat hoop geeft. Het is Gods wereld en Hij regeert, dus ben je veilig. Op menselijk vlak ben ik wel bevreesd. Doen wij genoeg om ervoor te zorgen dat de wereld leefbaar blijft voor onze kleinkinderen?”

Channah: “Ik voel daarin mee, maar ben minder pessimistisch. Ik werk in een vrouwengevangenis en zie juist daar veel dat hoop geeft. Het zit in de kleine dingen. Er wordt gelachen, we hebben goede gesprekken. Vrouwen zien nieuwe kansen. Er zijn er ook met wie het niet goed komt, die lijden aan het leven. Toch kun je ook die mensen helpen een humaan leven te leiden, het hoofd boven water te houden. Natuurlijk heb je zelf makkelijk praten, als het goed met je gaat. Daar kun je alleen maar dankbaar voor zijn.”

Richard: “Je steekt waxinelichtjes aan in het oerwoud. Channah is degene die de lichtjes ziet, ik zie het oerwoud. Gelukkig hoef ik de wereld niet te redden, want die is al gered. Het heil is nabij, dat is het evangelie.”